Een dood om mee te kunnen leven
Geplaatst op: 27-02-2007
Een terminale patiënt, een gevangene in Minnesota, vecht voor een harttransplantatie die volgens hem nodig is om zijn vierjarige straf te overleven, terwijl, los daarvan, dr. Jack Kevorkian vecht voor het recht terminale patiënten te helpen bij het sterven. Op een ander slagveld worden elk jaar honderdduizenden zwangerschappen van te vruchtbare echtparen beëindigd, terwijl ter dood veroordeelden, wanhopig om te blijven leven, dodelijke injecties krijgen toegediend. Terwijl mensen over de hele wereld VN–konvooien steunen die hulp (en nieuw leven) naar het door oorlog verscheurde Bosnië brengen, ontvangt de Hemlock Society dagelijks meer dan tweehonderd brieven van mensen die willen weten hoe ze zichzelf kunnen doden. Abortus, zelfmoord, euthanasie, oorlog en de doodstraf zijn verschillende handelingen met hetzelfde doel: een opzettelijke en moedwillige dood. Helaas zien duizenden mensen dit als aanvaardbare keuzes – hartverscheurend misschien, maar aanvaardbaar.
Het is moeilijk te begrijpen hoe het doden, in welke vorm ook, van grootschalige moord tijdens oorlogen tot individuele executies zoals bij de doodstraf, of zelfmoord, kan worden verdedigd. Komt het omdat sommigen geloven dat een mens niet meer is dan een toevallige, onbelangrijke verzameling atomen? Zo bekeken is een mens niet veel meer waard dan een opgezet dier of een bankbiljet dat uit de circulatie wordt genomen als het te vies of verfomfaaid is. Dit is de materialistische zienswijze, maar verklaart ze werkelijk hoe we het leven ervaren? Vergeet even dat natuurkundigen bezig zijn de grenzen van de materie af te breken en laten we ons afvragen waarom of hoe materie zelfbewustzijn geboren doet worden (het vermogen zichzelf te observeren en kennen), evenals onbaatzuchtigheid (het vermogen zichzelf te vergeten of zelfs op te offeren)? Welke ‘willekeurige groepering van atomen’ zou zich een denkbeeld kunnen vormen van harmonie, mededogen, rechtvaardigheid of van de scheppende geest? Als alles alleen van materie, door materie en voor materie was gevormd, hoe zou dan een nietige eikel ‘dode stoffen’ – water, lucht en aarde – in een torenhoge eik kunnen veranderen? Kiezen voor de dood moet het resultaat zijn van een pijnlijke martelgang, maar komen de sombere gevoelens van de zelfmoordenaar, of de angst van de maatschappij die mensen met de dood straft, voort uit het lichaam?
Tegenover het materialistische standpunt staat de geestelijke visie die het leven zelf ziet als de veroorzakende en scheppende kracht. Het verschil tussen beide gezichtspunten, dat dode stof de oorsprong van het heelal is of dat de geest dat is, komt overeen met het verschil tussen zelfstandige naamwoorden en werkwoorden, zoals Buckminster Fuller het schetste:
Ik leef momenteel op aarde,
en ik weet niet wat ik ben.
Ik ben, dat weet ik, geen categorie,
geen ding of zelfstandig naamwoord.
Ik schijn een werkwoord te zijn
een evolutionair proces –
een essentiële functie van het heelal.
Het idee dat we niet alleen een deel zijn van het heelal, maar ook deel hebben aan het functioneren ervan onthult een geestelijke visie die een ommekeer betekent. Het besef dat we een intrinsiek onderdeel vormen van een dynamisch, verbonden geheel is voedsel voor de wil–om–te–leven. Het gevoel geïsoleerd, gescheiden, nutteloos – of erger, een last – te zijn, voedt de wil–om–te–sterven. Misschien is het gevoel van afgescheidenheid een vervorming van de drang om een individu te zijn. Wat het ook is en waar het ook vandaan komt, de illusie van afgescheidenheid is dodelijk. .....
Lees verder op:
Bron: http://www.theosofie.net/sunrise/sunrise1994/septokt1994/dood.html - Nancy Coker

