Het menselijke ego
Geplaatst op: 16-09-2006
Als we de constitutie van de mens meer in bijzonderheden gaan bestuderen, is het het handigst om ‘bij het midden te beginnen’ of met het deel dat ons het meest vertrouwd is. Laten we daarom in de eerste plaats proberen vast te stellen wat ons gewone, dagelijkse bewustzijn is en welke plaats het inneemt op de schaal van de samengestelde natuur van de mens.
Iedereen neemt innerlijk een bewustzijnscentrum waar dat hij als ‘zichzelf’ herkent. Dit geïndividualiseerde bewustzijn voelt dat het gescheiden is van andere wezens en denkt over zichzelf als ‘ik–ben–ik’ en niet iemand anders. Dat ‘ik–ben–ik’ of ego heeft het vermogen zijn gedachten te richten op elk object dat het kiest. Het denkvermogen werkt in dat geval als een spiegel die het licht van het bewustzijn weerkaatst op het object en zo het ego in staat stelt erover te leren.
Wanneer het ego de spiegel van het denkvermogen gebruikt om het licht van het bewustzijn terug te kaatsen op zichzelf, krijgt het ego besef van zijn eigen bestaan. Dan is het wat we noemen ‘zelfbewust’. Het bestaat en het weet dat het bestaat. Dit vermogen behoort tot het evolutiestadium van de mens, maar het ontbreekt bij de dieren. Die zijn bewust, maar nog niet zelfbewust.
Lees verder op
Bron: http://www.theosofie.net/onlineliteratuur/levensraadsel/4mens.html - Nils A. Amnéus

