reincarnatietherapie.net logo

Activiteiten deze maand

Aankomende activiteiten

Meer activiteiten

Artikelen

Regelmatig worden er nieuwe artikelen geplaatst op reincarnatietherapie.net.

Meer artikelen zijn te vinden in het archief.

U bevindt zich hier: Home > Artikelen > Mijnenveld in opruiming

Mijnenveld in opruiming

Geplaatst op: 21-07-2008

 

Innerlijk kind–werk in Regressie– en reïncarnatietherapie

 

In het maartnummer van de Klankspiegel (de Klankspiegel is het tijdschrift van Stichting Weerklank, www.stemmenhoren.nl) heeft de redactie een artikel centraal gesteld dat gaat over de positie van het kind die de volwassene–in–therapie is geweest. Welke rol heeft dit kind gespeeld, of speelt het nog steeds, in het leven van de volwassene van nu? En werkt regressie– en reïncarnatietherapie daarmee?

 

Ervaringen verwerken

Om een nare ervaring te kunnen verwerken, is het ten eerste belangrijk om erover te praten. Ten tweede is het noodzakelijk om de bijbehorende emoties te uiten en ten derde om lichamelijke na–effecten te verwijderen (bv. nekklachten houden na een botsing). Ook speelt er soms een spiritueel aspect mee (bv. wat is hier nou de zin van geweest?). Problemen ontstaan wanneer een ervaring geheel of gedeeltelijk onverwerkt blijft. Het onverwerkte blijft in ons leven aanwezig als mijnen in een mijnen­veld: je weet nooit wanneer er eentje tot ontploffing komt.

 

Innerlijk kind werk

Met een fictief voorbeeld val ik meteen  met de deur in huis. Aan de hand daarvan vertel ik  het therapeutische proces.

 

Voorbeeld

Cees, een man van 28 jaar, beleefde het volgende:

 

Cees is op weg terug naar huis na een avondje stappen. Onder druk van zijn vrienden heeft hij met een drankspelletje meer rum gedronken dan hij eigenlijk wilde: “Watje! Loser, ben jij nou een vent. Kom op, laat zien wat je kunt…” klinkt nog na in zijn oren. In de auto is hij in gedachten meer bij de jennende aantijgingen van zijn vrienden dan bij het nemen van de scherpe bocht, waar hij anders zijn hand niet voor omdraait. Hij verliest de macht over het stuur en belandt in de ernaast gelegen vaart. Cees heeft het gevoel alsof hij in iets stroperigs wegzakt i.p.v. in het water en raakt in paniek.

Gelukkig zien omstanders het gebeuren en is hulp snel ter plaatse. Voor hen is Cees met de schrik en een nat pak vrijgekomen.

Cees zelf beleeft echter een slapeloze nacht, waarin hij herhaaldelijk een stem in zijn hoofd ‘Watje, watje!’ hoort roepen. Hij heeft de neiging om een plakkerige vieze massa, die er in werkelijkheid niet is, van zich af te wrijven. Bijna wanhopig wacht hij het ochtendgloren af.

 

Op zich zijn slapeloze nachten niets nieuws voor Cees. Wanneer hij pestende opmerkingen krijgt op zijn werk, gebeurt dat ook wel. Hij foetert zelfs zichzelf wel eens uit voor ‘watje’, omdat hij geen repliek geeft en het allemaal maar toe laat. Zo erg als deze nacht is het echter nog niet eerder geweest. De bijkomende wanhoop doet Cees besluiten dat hij deskundige hulp wil. Op zijn zoektocht komt hij terecht bij een regressie– en reïncarnatietherapeut.

 

Het voorgesprek

Cees vertelt daar zijn ervaringen met jennen, natte pakken en watjes. Wanneer de therapeut hem vraagt naar zijn jeugd en hoe hij deze ervaren heeft, schiet hij spontaan in tranen. De vader van zijn drie oudere broers is om het leven gekomen bij een auto–ongeluk. De nieuwe vriend van hun moeder verliet hen, zodra hij hoorde dat ze zwanger was van Cees. Op school werd Cees gepest door mede­leerlingen, vaak aangezet door zijn oudste broer; hij deed zijn mond tòch niet open en was daardoor een makkelijke prooi. Ook op z’n werk en bij zijn vrienden herkent hij dit patroon. Daarnaast is het hem al drie keer overkomen dat zijn vriendin hem in de steek liet. Al deze situaties bezorgen hem een gevoel van enorme machteloosheid en verlatenheid (1). De machteloosheid en verlatenheid ervaart hij als een samengebalde knoop bij zijn middenrif (2). Hij is ervan overtuigd dat ze hem altijd moeten hebben en dat hij het toch niet alleen kan (3). Deze drie aspecten vertegen­woor­digen hoe Cees zich voelt, wáár hij dat voelt en hoe hij erover denkt. Omdat elke ervaring in onze herinneringsbibliotheek is geplaatst met deze bijbehorende drie factoren als een soort unieke code, is ze altijd terug te vinden.

 

Herbeleving

De therapeut instrueert Cees om terug te gaan naar de eerste keer dat hij deze combinatie van gedachten en gevoelens net zo ervaart. In herbeleving komt hij terecht bij een situatie waarin hij zich intens machteloos en verlaten voelt. Hij is misselijk en heeft het gevoel alsof hij ergens in wegzakt. In zijn hoofd hoort hij iemand gemeen lachen en ‘watje’ brullen. Uiteindelijk blijkt dat Cees in een ervaring is terecht gekomen, waarin hij als vierjarig jongetje de landrot moet spelen in een piratenspel en door zijn oudere broers van 8, 10 en 12 jaar gedwongen wordt van de loopplank te springen in de daaronder gelegen mestvaalt. Allemaal onder luid gebrul van zijn broers: “Alle watjes gekielhaald! Johoho, en een fles met rum.”. Machteloosheid en verlatenheid over­spoelen hem meer dan de mest dat doet.

 

Zijn broers hebben de verantwoordelijkheid over hem gekregen van hun moeder om hem naar en van school te begeleiden. Op de terugweg spelen ze altijd bij een oude boerderij, die in verval is geraakt. De muur om de mestvaalt en de latten over de beerput zijn ‘geweldige’ uitdagingen om te laten zien uit welk hout je gesneden bent.

 

Na het ‘spelen’ vliegen de dreigementen Cees om de oren om maar vooral niets aan hun moeder te vertellen. Ook krijgt hij ‘watje’ weer, zelfs letterlijk met de mest, ingewreven. Nog meer machteloosheid. Thuisgekomen krijgt hij de woede van zijn moeder over zich heen. “Ben je weer in de mestvaalt gevallen. Jij kunt ook niks.” Weer voelt hij zich machteloos en verlaten. Dergelijke traumatische situaties doen zich meerdere keren voor.

 

Verwerking

Onder begeleiding van de therapeut gaat Cees stap–voor–stap weer door de situatie heen. Als vierjarige was dit onmogelijk te bevatten en heeft hij de ervaring ver weg gestopt. Nu beleeft Cees het  opnieuw, maar dan op zo’n manier dat het wel te behappen is. De situatie hakken we als het ware in stukjes en waar nodig zetten we de tijd stil. Elk stukje wordt heel klinisch ontleed op emoties, lichamelijk gevoelens, gedachten en conclusies. Emoties kunnen apart of als hele klont, zoals bij Cees, tot in het diepste worden gevoeld en geuit. Onverwerkte situaties lijken soms een eigen leven te leiden. Het is gek genoeg alsof het kind toen tegen de volwassene van nu zegt: “Pas wanneer je tot in het diepste weet, hoe ik me gevoeld heb, kan ik de situatie en de conclusies die ik eruit getrokken heb, loslaten.”. Dat is wat Cees dan ook doet. Vanuit het perspectief van zijn vierjarige–ik beleeft hij de situatie en de gevoelens weer opnieuw, waardoor de lading verdwijnt. Hij krijgt inzicht in de nawerkingen van de conclusies die hij daardoor over zichzelf trok (‘ze moeten altijd mij hebben’, ‘ik kan het niet alleen’), horen bij deze situatie. In onverwerkte situaties hebben mensen de neiging om dergelijke conclusies voor altijd te laten gelden: toen kon ik het niet alleen, dus kan ik het vanaf nu nooit meer alleen. Door overzicht over de traumatische ervaringen kan de conclusie omgevormd worden: als vierjarige kon ik het niet alleen; nu ik volwassen ben, kan ik dat wel.

 

De praktijk is echter vaak moeilijker dan de theorie, zo ook hier. Bijvoorbeeld: Cees laat zien dat hij boos is, maar hoort dan van zijn broers dat hij moet stoppen omdat hij anders in de beerput wordt gegooid en verdrinkt. Zijn boosheid slikt hij dan wel in. Ook in de herbeleving zit de angst voor verdrinking de uiting van de boosheid in de weg.  De therapeut doet in dit geval de volgende interventie: de volwassen Cees stapt de situatie binnen en komt de vierjarige te hulp. Door te gaan praten met de broers blijkt uiteindelijk dat de oudste broer Cees de schuld gaf van het feit dat de nieuwe vriend van hun moeder was weggegaan. ‘Hadden ze eindelijk een nieuwe vader, is eindelijk hun moeder niet meer zo snel boos, gooit dat pestjong roet in het eten…’ De twee jongere broers kenden dit stuk van hun verleden niet, zien hun oudste broer hierover in tranen en begrijpen er niets meer van. Onder begeleiding van de therapeut krijgen de jongens uitleg en kunnen ook hun emoties uiten. Het dreigement van de beerput is niet meer geldig en eindelijk durft dan de vierjarige zijn boosheid te tonen.

 

Wat is nu eigenlijk regressie– en reïncarnatietherapie?

Het uitgangspunt van deze therapie is eenvoudig: onze psychische, emotionele en psychosomatische problemen zijn ontstaan doordat we traumatische ervaringen in het verleden niet of onvoldoende hebben verwerkt. Dit onverwerkte deel wordt onderdrukt. Later kan dit deel weer omhoog komen doordat we misschien zwakkere, maar vergelijkbare ervaringen meemaken. We beleven het verleden dan weer alsof het nog steeds in het heden is. Ook is het mogelijk dat onze reacties op moeilijke omstandigheden van vroeger blijven bestaan, zelfs wanneer deze reacties niet langer meer werken. Zulke reacties kunnen dwangmatig worden, ze kunnen onze ervaringen vertekenen en vervalsen en ons onterecht doen generaliseren.

 

Met regressiemethodieken kunnen we de oorzaken van psychische, emotionele en psychosomatische problemen weer opsporen en herbeleven. Doel is om de ervaring opnieuw te beleven, maar dan op zo’n manier dat we die alsnog kunnen verwerken. Daardoor plaatsen we deze blijvend in het verleden. Het heden is daardoor weer het heden en kan ook zo worden beleefd. Werken met ‘Het Innerlijk Kind’ is een onderdeel van deze therapievorm. Therapeuten die naast ervaringen uit het huidige leven ook werken met ervaringen uit vorige levens, conceptie en prenatale ervaringen beoefenen reïncarnatie­therapie.

 

Hoe verging het onze Cees?

Cees heeft 3 sessies nodig gehad om deze ervaring uit zijn kindertijd helemaal uit te werken en te kunnen integreren. Hij realiseerde zich ook dat hij de reacties van zijn moeder (“jij kunt ook niks”) heeft verinnerlijkt tot zijn Innerlijke Ouder. Het was dit stuk van hemzelf dat altijd het Innerlijk Kind–stuk van hemzelf berispte. Deze laatste kon daardoor ook moeilijker uit het trauma komen, want ‘het kon toch niks’? Doordat ook de dynamiek tussen deze twee delen van hemzelf werd hersteld, is Het Innerlijk Kind–werk definitief afgerond. De mijnen, die bij dit stuk van zijn leven hoorden, heeft hij opgeruimd.

De stem in Cees’ hoofd die “watje, watje” riep, bleek van zijn oudste broer te zijn. Deze riep dit herhaaldelijk tijdens de pesterijen op school. Doordat Cees begrijpt waar de stem vandaan komt, vervaagt de stem. Ook is hij minder veroordelend naar zichzelf.

Nu wil Cees eigenlijk wel weten waarom hem dit allemaal meemaakte: zijn moeder werd twee keer verlaten, hij drie keer. Er zit een rode draad van verlatenheid in zijn leven. Cees is benieuwd waar dat vandaan komt en gaat door met de therapie.

 

Interventies in de therapie

Het is belangrijk om de situatie te beleven, zoals die is geweest, hoe verschrikkelijk ook. Dat hoeft niet in één keer, dat kan in delen. Het verleden is niet te veranderen, wel te helen. Het is belangrijk om dat te beseffen en te accepteren. Wat wel te veranderen is, is dat het verleden niet meer door het heden heen blijft denderen en het het verleden te laten zijn en blijven. Wat ook te veranderen is, is de beleving van het verleden, zoals in bovenstaand voorbeeld over de boosheid van de vierjarige. Het is niet echt zo gebeurd. Het heeft wel verheldering gegeven over waaròm het is gebeurd.  Dit inzicht is belangrijk, net als het erkennen, kunnen uiten en verwerken van de boosheid.

 

Andere interventies zijn het creëren van de veilige plek of de volwassene–van–nu het kind–van–toen alsnog de liefde laten geven die het toen heeft moeten ontberen. Maurice Ploem heeft deze ook genoemd. Het heeft hem echter verhinderd om zijn diepste pijnen te erkennen. Als kind kon hij de pijn niet aan en zette hem weg om te overleven. Bovenstaande interventies versterkten zelfs dit overlevings­mechanisme: ‘nog steeds ben ik niet sterk genoeg!’. Op zichzelf zijn deze interventies goede technieken. Wanneer hulp­middelen echter een rem worden, kun je ze beter weggooien. Een therapeut stemt de gebruikte technieken af op de cliënt en gebruikt interventies om de cliënt te ondersteunen de onderdrukte emoties van toen te kunnen ervaren en te ontladen.

 

Over broddelaars en deskundigen

Maurice Ploem schrijft in het maartnummer over zijn ervaringen met de verwerking van zijn verleden.  Ook vertelt hij over de teleurstellingen die hij tegenkwam in therapieën en therapeuten, ook al is ‘teleurstelling’ misschien zacht uitgedrukt. Gelukkig heeft hij hierin zijn weg kunnen vinden.

 

In elk vak zul je beginners en gevorderden tegenkomen en broddelaars en deskundigen. Of dat nu gaat om therapie of bv. het timmermansvak. Het nare is dat, wanneer je zo zit te springen om hulp, je niet eerst eens even op je gemak wil uitzoeken wat nu het beste is. Nee, je wil graag dat een grote pijl boven iemand zijn hoofd hangt: ‘bij deze moet je zijn! Deze kan je helpen jezelf weer te vinden.’ En terecht. Op zo’n moment duurt elk zoeken te lang voor je gevoel. Ook regressie– en reïncarnatietherapie is niet voor iedereen op elk moment de meest aangewezen therapie. Zoals het is met het leven: het blijft –letterlijk– ervaren wat voor jezelf op een bepaald moment werkt. En soms gaat dat met vallen en opstaan.

 

Van overleven naar leven

Pijn dempen, emotioneel of lichamelijk, versterkt het trauma. Troosten is pijn dempen. Je rekt daarmee het voortbestaan van de pijn. Door oude pijn heengaan, is –natuurlijk– heel pijnlijk. Je hebt het niet voor niets zo lang weggestopt. In het verleden was het een noodzaak om te kunnen overleven. En dat was ook je redding, anders had je hier niet meer gestaan. Het herkennen en daarna het stoppen van de overleving en omdraaien in leven is meestal een hele klus, omdat oude patronen vaak ingesleten en automatisch zijn geworden.

 

De voortschrijdende tijd maakt van ‘het heden’ ‘het verleden’. Het lijdend innerlijk kind in ons zet de tijd soms naar zijn eigen hand en laat ‘het heden’ gewoon voortduren. Wanneer de volwassene daar problemen mee krijgt, wordt het tijd om dit lijden ‘ver–leden’ te maken. Opdat de volwassene weer kan (blijven) staan in zijn eigen kracht, zonder door het verleden onderuit te worden geschopt.

 

Meer informatie op: www.reincarnatietherapie.biz website van Ivonne Veldscholten en www.reincarnatietherapie.nl website van de Nederlandse Vereniging van ReïncarnatieTherapeuten.

Bron: http://www.reincarnatietherapie.biz - Ivonne Veldscholten